Start:
Geest” Hoi lichaam, ik heb zin om een lekker stukje te gaan hardlopen. Ben de hele week al lekker bezig met hardlopen en trainen in de zaal en ik voel me met de dag sterker worden. Wat vind jij?”
Lichaam: “ Hey geest, eh….eh…ben er nog niet helemaal uit. Ben van de week al behoorlijk fysiek in de weer geweest en een dagje extra rust is dan ook wel lekker, toch? We kunnen wel gaan, en je weet dat ik altijd mijn best doe, maar garandeer niets. Akkoord”?
Eerste kilometer.
Geest: “ Hey lichaam, het wil geloof ik niet erg lukken, he? Je ademhaling zit veel te hoog joh, die moet echt een stukje naar beneden hoor. Zo ga je dat geen 4 kilometer volhouden. Laten we een tempo’tje lager gaan lopen, kijken hoe dat gaat”.
Lichaam: “ Hai geest, je hebt gelijk. Het wil van geen kanten. Het is warm, ik heb het warm en ik krijg die ademhaling maar niet omlaag. Dit is echt niet lekker lopen zo. Had ik maar thuis gebleven. We kunnen nog omdraaien dan zijn we zo thuis. Of weet je, daar bij die brug even stoppen en op adem komen en de spieren wat rekken, is dat een idee? Dan kijken we vanaf daar verder”?
Tweede kilometer.
Lichaam: “ Hoi geest, het houd nog niet over maar ik heb het gevoel dat het ietsjes beter gaat. Mijn ademhaling is nog niet helemaal rustig en laag, maar volgens mij gaat het de goede kant op. Dat tempo’tje lager was een goed idee van je. Fijn dat je aan me denkt daarin”.
Geest:” Hallo lichaam, ja joh, dat is toch okay. We hebben er niets aan om te forceren alleen omdat ik een specifieke tijd in gedachten had voor die 4 kilometer. Het is niet zo dat ik nu teleurgesteld ben, maar moest het even tot me nemen en laten bezinken. En het is okay zo. We hebben er niets aan om ons over de kop te lopen. Dan is al het werk van de afgelopen week voor niets geweest”.
Derde kilometer.
Geest:” Zeg lichaam, ik heb het idee dat je je ritme begint te vinden. De ademhaling voelt al meer gereguleerd en rustiger en je hebt een steady pace. Helemaal goed”.
Lichaam:” Klopt helemaal, geest. Ik denk dat dat ook komt omdat je me de rust en de ruimte geeft om tot een regelmaat te komen waar ik me, in ieder geval voor vandaag, in kan vinden. Bedankt”!
Laatste kilometer.
Lichaam:” Nou geest, de laatste loodjes. Het eind is in zicht en ik ben ook wel blij dat we het hier bij laten voor vandaag. Deze laatste kilometer maken we ook nog vol en dan een welverdiende douche. Ben toch blij dat we gegaan zijn en dat we rekening gehouden hebben met elkaar. Bedankt daarvoor”.
Geest:” Jij bedankt, lichaam. We hebben het toch maar weer gedaan en voor nu is dat okay. De volgende loop stellen we gewoon weer een nieuw doel en gaan we met volle energie er weer tegenaan. Voor nu was dit okay. Dankjewel voor de fijne samenwerking”.